Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AV5187

Datum uitspraak2006-02-22
Datum gepubliceerd2006-03-15
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Gravenhage
Zaaknummers2200177405
Statusgepubliceerd


Indicatie

Regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis: normadressaat Vrijspraak De tenlastelegging betreft het verwijt dat de verdachte niet heeft voldaan aan zijn verplichting dagelijks een administratie bij te houden van de overdracht en de opslag van vis, zoals bedoeld in de artikelen 1 lid 1 en 3 lid 1 van de Regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis. Die regeling geldt voor de verdachte slechts voor zover de regeling steunt op artikel 5 van het Reglement zee- en kustvisserij. Krachtens deze bepaling mogen boekhoudeisen worden gesteld aan degenen die vis van een aanvoerder betrekken of die hun bemiddeling verlenen bij het veilen van vis. Noch uit het dossier noch anderszins is gebleken dat de verdachte rechtstreeks vis heeft afgenomen van een aanvoerder in de zin van de Visserijwet 1963 noch dat hij heeft bemiddeld bij het veilen van vis. Op hem rustte dus - anders dan in de tenlastelegging gesteld - niet de verplichting dagelijks de in de dagvaarding omschreven administratie bij te houden. Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken, met teruggave aan hem van de opbrengst van de onder hem in beslag genomen en inmiddels verkochte vis.


Uitspraak

Rolnummer: 22-001774-05 Parketnummer(s): 12-035145-04 Datum uitspraak: 22 februari 2006 TEGENSPRAAK Gerechtshof te 's-Gravenhage economische kamer Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank te Middelburg van 25 februari 2005 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 8 februari 2006. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte terzake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een geldboete van tweeduizendzeshonderd euro subsidiair tweeƫnvijftig dagen hechtenis. Voorts zijn verbeurdverklaard vijfennegentig kilo ontkopte en ontvelde tong en tweehonderdnegenennegentig kilo handelstong. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Vrijspraak De tenlastelegging betreft het verwijt dat de verdachte niet heeft voldaan aan zijn verplichting dagelijks een administratie bij te houden van de overdracht en de opslag van vis, zoals bedoeld in de artikelen 1 lid 1 en 3 lid 1 van de Regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis. Die regeling geldt voor de verdachte slechts voor zover de regeling steunt op artikel 5 van het Reglement zee- en kustvisserij. Krachtens deze bepaling mogen boekhoudeisen worden gesteld aan degenen die vis van een aanvoerder betrekken of die hun bemiddeling verlenen bij het veilen van vis. Noch uit het dossier noch anderszins is gebleken dat de verdachte rechtstreeks vis heeft afgenomen van een aanvoerder in de zin van de Visserijwet 1963 noch dat hij heeft bemiddeld bij het veilen van vis. Op hem rustte dus - anders dan in de tenlastelegging gesteld - niet de verplichting dagelijks de in de dagvaarding omschreven administratie bij te houden. Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken, met teruggave aan hem van de opbrengst van de onder hem in beslag genomen en inmiddels verkochte vis. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Gelast de teruggave aan de rechthebbende, de verdachte, van de handelswaarde van vijfennegentig kilo ontkopte en ontvelde tong en van tweehonderdnegenennegentig kilo handelstong, zijnde EUR 3.072,07. Dit arrest is gewezen door mr. S.C.H. Koning, mr. J. Borgesius en mr. S.K. Welbedacht, in bijzijn van de griffier mr. L. Hansman. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 februari 2006.